inadoor: Ina Ter Avest

Ruim drie jaar geleden lazen we in het NRC Handelsblad onder de kop ‘In Nederland wonen honderden kinderen in moskee-internaten’ zeer verontrustende berichten over de veiligheid en het pedagogische klimaat in een aantal studiehuizen met inwoning. Het artikel bracht een golf aan negatieve berichtgeving met zich mee. Toch sluiten de auteurs in het betreffende artikel niet uit dat ze ‘tot aller tevredenheid functioneren’. Waaruit bestaat dan die ‘tevredenheid’ die men niet uitsluit? Laten we, nu drie jaar later, eens kijken hoe het er aan toe gaat in zo’n ‘moskee-internaat’.

‘Studie-huis’
In het ‘studie-huis’, zoals ze het zelf noemen, werken jongeren in groepjes van hetzelfde niveau aan hun huiswerk, onder begeleiding van rolmodellen. Dat zijn vrijwilligers die vanuit een soortgelijke bi-culturele en bi-religieuze situatie als waarin de jongeren zich bevinden, de middelbare school, een vervolgopleiding en een professionaliseringsproces met succes hebben afgerond en een gerespecteerde plaats in de samenleving innemen.

Na de gezamenlijke avondmaaltijd (met corvee!) is er opnieuw tijd om huiswerk te maken, om samen een actualiteitenprogramma te bekijken of om met een uitgenodigde gastspreker in debat te gaan over een actueel thema. Gebeurtenissen zoals niet zo lang geleden in de Schilderswijk in Den Haag, en de recente gebeurtenissen in Parijs, en de betekenis daarvan voor het eigen leven-van-alledag, worden niet gemeden. Rond een uur of tien doven de lichten en gaan de jongeren naar bed, om de volgende ochtend na een gezamenlijk, en door hen zelf verzorgd ontbijt, naar school te gaan.

Het ‘studie-huis’ is een intensieve vorm van huiswerkbegeleiding, die, zoals de begeleiders aangeven, de schoolloopbaan en persoonsvorming van leerlingen positief beïnvloedt, vooral van hen die thuis niet of onvoldoende begeleid kunnen worden – hetzij omdat de ouders onvoldoende scholing hebben genoten, hetzij omdat ouders niet de ervaring delen van het opgroeien in twee culturen met een samengestelde identiteit. Ouders die een angstaanjagend perspectief van marginalisering neutraliseren met een angst-doorbrekend initiatief van onderwijs-ondersteuning.

Uitbesteedde discipline
Kracht van het ‘studie-huis’, zo blijkt uit mijn eigen onderzoek zit in het samen werken. In de eerste plaats het samen-werken van ouders, begeleiders en docenten in het motiveren van jongeren om gedisciplineerd, gefocust en met succes hun schoolse verplichtingen na te komen. In de tweede plaats werkt het krachtig (self-empowerment) om samen te reflecteren op actuele thema’s vanuit verschillende perspectieven – verschillend binnen en buiten de islamitische traditie. In de derde plaats, en dat is misschien wel het belangrijkste, het letterlijk samen aan het werk zijn in groepjes scholieren van hetzelfde niveau. Zoals een van hen zegt: ‘Als ze allemaal aan het werk zijn, ga je vanzelf ook wel aan het werk’; deze jongere geeft woorden aan een vorm van uitbesteedde discipline, zoals onze denker des Vaderlands, Marli Huijer, daar in haar publicatie ‘Discipline’ over schrijft. Wat aanvankelijk een externe druk lijkt, verandert in de loop der jaren in een interne motivatie om aan de eigen toekomst te werken. Last but not least leren de jongeren samen-leven met verschillen, binnen en buiten het ‘studie-huis’. De begeleiders zijn daarin voor hen rolmodel.

Vreemd en vertrouwd
Vreemd op het (Nederlandse) oog: een vorm van huiswerkbegeleiding met gezamenlijke maaltijden, corveediensten en overnachting. Vertrouwd als we onze ogen en oren de kost geven in andere culturen, zoals de Afrikaanse Oshivambo cultuur in Namibië waar een schoolhoofd tenten op het schoolterrein opzet, waarin leerlingen wonen en huiswerk maken in tentamen- en examentijd . Thuis zouden ze op het land moeten helpen; het wonen in de tenten op het schoolterrein houdt hen letterlijk bij de les.

Vertrouwd ook als we kijken naar geluiden die momenteel in de pedagogiek te horen zijn over wat men noemt de ‘pedagogische civil society’. Daaronder verstaat men een netwerk van burgers met ‘de attitude om met elkaar in de eigen sociale netwerken en het publieke domein verantwoordelijkheden rond het opgroeien en opvoeden van kinderen te delen, in de vorm van informele wederzijdse steun en informele sociale controle’. Als we door deze bril kijken naar het ‘studie-huis’, dan zien we dat dit huiswerkbegeleidings-concept naadloos aansluit bij het gedachtengoed van de pedagogische civil society.

Ouders, docenten, begeleiders en jongeren kunnen tevreden zijn: het resultaat van het ‘studie-huis’ is om je vingers bij af te likken. Van de jongeren die in een ‘studie-huis’ samen-leren en samen-leven, heeft in de afgelopen drie jaren ongeveer 90% het schooljaar succesvol afgerond: bevorderd naar een volgend niveau, of een diploma behaald. Deze socialiserende begeleiding en opvang vormt voor de jongeren een leerrijke omgeving, wat de ontwikkeling van een evenwichtige samengestelde-identiteit en een positief zelfbeeld ten goede komt. De kans op afglijden naar ongewenst gedrag dan wel het met de rug naar de samenleving gaan staan wordt hierdoor sterk verminderd of zelfs voorkomen. Het ‘studie-huis’ houdt jongeren bij de les!

Dr. Ina ter Avest is godsdienstpsycholoog/-pedagoog, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) en Hogeschool Inholland

bron: Republiek allochtonië